Bestuiving

Honingbij

 

Bestuiving

Ongeveer 35% van de gewassen die verbouwd worden voor consumptie is afhankelijk van bestuivende insecten zoals bijvoorbeeld hommels en bijen. Denk hierbij aan bestuiving van appels, peren, pruimen maar ook aubergines, courgettes en veel meer groenten, fruit en zaden. Zonder bestuiving zouden we nauwelijks groenten of fruit hebben.

 

Bij het bestuiven worden door de bijen stuifmeelkorrels overgebracht van de ene naar de andere bloem.

Wanneer de honingbij in een bloem kruipt om nectar te verzamelen komt er stuifmeel van de helmknoppen tussen de haren van de bij.

De bij kamt met haar poten het stuifmeel zoveel mogelijk naar de stuifmeelkorfjes aan haar beide achterpoten. Het stuifmeel wat in de haren achterblijft zal bij het passeren de stempel van een andere bloem vast blijven plakken en dan is de bevruchtig begonnen.

 

bij op bloem

Wat de honingbij uniek maakt voor bestuiving is dat ze bloemvast is.

Dit betekent dat als ze een appelboom hebben ondekt ze deze bloemen blijven bevliegen.

Zo brengen de bijen stuifmeel over van de ene appelboom naar de andere tot de bloemen zijn uitgebloeid en er geen stuifmeel meer is.

Hommels hebben deze eigenschap niet.

Door deze bloemvastheid is het voor de imker mogelijk selectief van één bloemsoort honing te oogsten, denk bijvoorbeeld aan linde-, heide- en klaverhoning.

 

Ben je fruit- groenten- of zaadteler en geinteresseerd in inhuren van bijenvolken neem dan contact op met onze secretaris