Honingbijen

Honingbij

 

Bijen? Wat zijn dat?

Honingbijen (Apis mellifera) behoren tot de vliesvleugelige insecten. Ze leven samen in een volk dat kan bestaan uit 80.000 bijen

waaronder honderden darren (mannetjes bijen), duizenden werksters (vrouwtjes bijen) en één koningin (moer).

 

Darren

Dar

De dar is een mannelijke bij. Hij wordt geboren om jonge koninginnen te bevruchten tijdens de bruidsvlucht en als hij dat daadwerkelijk gedaan heeft sterft hij. Afhankelijk van de omstandigheden waarin een dar opgroeit kan de levensduur van de dar variëren van 12 tot 90 dagen. Een dar die geen kans heeft gehad om een jonge koningin te bevruchten sterft na het broedseizoen, in juli of augustus. Als er aan het einde van het seizoen weinig stuifmeel wordt opgehaald door de werksters dan vindt de “darrenslacht” plaats. De darren worden niet letterlijk geslacht maar worden niet meer gevoed en daarna verdreven uit het volk,

ze hebben hun bijdrage geleverd en zijn niet meer nodig.

 

Werksters

Werkster

De werkster is een vrouwlijke bij. Zij wordt geboren om alles te doen om het volk zo goed mogelijk te laten functioneren. De eerste 3 dagen van haar leven is ze onder andere verantwoordelijk voor het schoonhouden van de cellen, neemt ze pollen op om haar voedersapklieren te activeren en rust ze uit. Vanaf de 4e tot en met de 12e dag voert zij de larven, verzegelt ze broedcellen, voert darren, werksters en verzorgt ze de koningin. Vanaf de 12e dag neemt ze nectar over van thuiskomende vliegbijen en zet dit met behulp van enzymen om in honing. Ze poetst, voed de werksters en de darren. Ze drukt stuifmeel aan dat in de cellen opgeslagen wordt, wapperd met haar vleugels om de kast te ventileren. Ook zweet ze was en verwerkt dit tot bouwmateriaal voor de raten en ze bewaakt de vliegopening als wachtbij. Vanaf de 20ste dag werkt ze als haalbij en vliegt uit om nectar, stuifmeel, water of propolis te halen. Dit geeft ze bij thuiskomst af aan de jongere huisbijen. De taken die de werkster uitvoert worden bepaald door de leeftijd maar met de werkverdeling wordt ook wel flexibel omgegaan, de werksters kunnen de werkverdelingaanpassen aan de behoeften van het volk. In de zomer leeft een werkster 4 tot 6 weken en in de winter als de werkster weinig taken hoeft uit te voeren 5 tot 8 maanden.

 

Moer (koningin)

Koningin-(moer)

De moer is het middelpunt van het bijenvolk omdat zij de enige is die eitjes mag leggen. Nadat een jonge moer door meerdere darren bevrucht wordt tijdens de bruidsvlucht kan zij maximaal zo'n 1900 eitjes per dag leggen. De eitjes worden gelegd in een door de werkster klaargemaakte cel. Per cel wordt één eitje gelegd. In een grotere cel (darrencel) legt de moer een onbevrucht eitje en in een kleinere cel (werkstercel) legt zij een bevrucht eitje. Grotere verticale cellen bestemd voor jonge koninginnen worden moerdoppen of koninginnencellen genoemd. Rondom de moer is continu een groep verzorgende werkbijen aanwezig, de hofstaat. De hofstaat zorgt ervoor dat het de moer aan niets ontbreekt. De levensduur van een moer is maximaal 5 jaar. Meestal zal zij eerder worden vervangen. Het vervangen wordt meestal bepaald door de werkbijen zelf maar de imker kan natuurlijk ook ingrijpen.